Wie is wie in de discusfamilie

DOOR ERIC HUSTINX

Er wordt vaak getwijfeld met welke soort van wildvangdiscussen men te maken heeft. Je ontdekt dan ook geregeld bij liefhebbers van één bepaalde soort discussen dat ze onbewust toch twee of meerdere soorten door mekaar zwemmen hebben.

Welke soort er in je aquarium zwemt heeft totaal geen belang, als je ze maar graag ziet!

Wie graag precies wil weten met welke soort hij te maken heeft, kan dit misschien vaststellen aan de hand van de volgende soortbeschrijving.

De geslachtsnaam van alle discussen is symphysodon, deze grote familiegroep is verdeeld in twee groepen:

1. Symphysodon DISCUS
Echte discus – Heckel
met 1 ondersoort:

  • Symphysodon discus willischwartzi

2. Symphysodon AEQUIFASCIATA
– met 3 ondersoorten:

  • Symphysodon aequifasciata axelrodi (bruine discus)
  • Symphysodon aequifasciata aequifasciata (groene discus)
  • Symphysodon aequifasciata haraldi (blauwe discus)

Symphysodon DISCUS (discus heckel)

Over de gehele lengte lopen 15 tot 18 enigszins golvende lichtblauwe lengtestrepen, de grondkleur is lichtbruin tot rood – bruin.
De lengtestrepen beginnen op het voorhoofd en achter de kieuwspleet en lopen door tot de basis van de staartvin, ze lopen ook door in de rug- en de aarsvin. De buitenste rand van de rug- en de aarsvin kan in meerdere of mindere mate rood zijn. Deze vinnen hebben meestal ook een zwarte zoom van 7 à 10 mm breed.
In verticale richting lopen negen dwarsstrepen, de eerste dwarsstreep is een brede en gaat dwars door het oog. De drie volgende strepen zijn smal, de vijfde streep is breed, de drie volgende weer smal en de laatste, de negende streep is weer breed en loopt door de aanzet van de staartvin.
Dit strepenpatroon is typisch voor de heckel. Onder deze groep valt ook de fameuze “Blauwkopheckel”.


Symphysodon DISCUS willischwartzi (burgess)
Alle eigenschappen zijn gelijk aan die van de heckel. Het verschil is herkenbaar aan het aantal schubben aan de zijlijn.

Geschiedenis :
De Oostenrijker Johann Natterer bracht in 1836 na zijn ontdekkingsreis door Zuid – Amerika zo’n 50.000 geconserveerde dieren mee naar Oostenrijk. Hieronder bevonden zich 1.700 vissen. De systematist en ichtoloog van het natuurhistorisch museum van Wenen, Johann Jakob Heckel, nam de taak op zich om al deze vissen te klasseren en te beschrijven. Hiervoor had hij vier jaar nodig, in 1840 gaf men de beschrijving vrij van de symphysodon discus die in het Rio Negro gebied gevonden werd.
De eerste levende vissen van deze soort werden in 1958 naar Europa geëxporteerd. Later, in 1981 beschrijft Dr. W. E. Burgess nog een ondersoort van de symphysodon discus, namelijk de symphysodon discus willischwartzi.
Het verschil zit in de grootte van de schubben. Die met de grootste schubben is de symphysodon discus met 48,7 schubben in de laterale lijn. De symphysodon discus willischwartzi heeft kleinere schubben, namelijk 55,9 schubben in de laterale lijn. De laterale lijn loopt van in de bovenhoek van de kieuw tot in het midden van de staartwortel.

Vindplaats:
De meeste symphysodon discus heckel worden in het Rio Negro gebied gevangen, dit van in de monding van de Rio branco tot Tapurucuara. Momenteel worden er ook veel heckels van Abacaxis aangeboden. De Ph waarden van het water van deze gebieden schommelen tussen de 3,2 en 4,8 Ph. De Ph gaat hier nooit boven de 5,5.

Symphysodon aequifasciata axelrodi (bruine discus)

De grondkleur van deze vis is licht tot donkerbruin. Op de kop, in de buikvinnen en op de rug heeft hij enkele blauwe strepen. De blauwe strepen vanaf de kop verdwijnen in de rug- en buikvinnen. Deze rug- en buikvinnen zijn aan de buitenrand zwak tot heel intensief rood. Zoals alle discussen heeft hij ook negen dwarsstrepen, de strepen door het oog en door de staartwortel zijn iets breder.Geschiedenis:
In 1904 wees de ichtyoloog Jacques Pellegrin in zijn werk over symphysodon op een soort die zich fel onderscheidt van de Rio Negro discus. Enkele jaren later benoemde de Amerikaan Carl H. Eigenmann deze vissen als een ondersoort n.l. symphysodon discus aequifasiatus.
De bestaande soortnaam van de bruine discus werd in 1960 samen 2 andere soorten vastgelegd in het werk van ichtyoloog Dhr. L. P. Schultz n.l.:
– Symphysodon aequifasiatus axelrodi Schultz 1960
– Symphysodon aequifasiatus haraldi Schultz 1960
– Symphysodon aequifasiatus aequifasciatus Pellegrin 1904
Deze meeste geëxporteerde discusvis werd benoemd naar de Amerikaan Dhr. Herbert Axelrod.

Vindplaats:
De meeste bruine discussen worden tegenwoordig in de wateren rond Santarem en Alenquer, de Rio Tocantins, de Rio Xingu, de Rio Madeira en de Rio Tapajos gevangen.

Symphysodon aequifasciata aequifasciata (Pellegrin) groene discus.

De grondkleur van deze discus is variabel bruin, gaande van geelachtig beige tot olijfbruin. Vanaf het voorhoofd lopen de blauwgroene lengtestrepen over de rugpartij en gaan dan op de rugvin door. Aan de buikzijde bevinden zich slechts enkele lijntjes en een meer egale groene verkleuring, gaande tot over de aarsvin. In het groen bevinden zich rode strepen of ook wel punten, soms tot over het hele lichaam verspeid. In de rug- en aarsvin loopt een zwarte band die door de staartwortel loopt. De buitenwand van de vinnen is grotendeels rood van kleur. Bij deze soort zijn de 8 tot 9 dwarsbanden even breed.Geschiedenis:
De groene discus werd in 1904 al door Pellegrin al door Pellegrin als variant van de symphysodon discus beschreven. Enkele jaren later werd hij door Eigenmann als ondersoort symphysodon discus aequifasciata gepubliceerd. Destijds was hij nog niet zo populair. Meermaals werden groene discussen voor blauwe discussen gehouden. Het echte verschil kan je door de kleur meestal niet duidelijk onderscheiden. Aan de hand van de lichaamstekening kan dit wel: lopen de lengtestrepen door de buikvin tot einde staartvin dan hebben we te maken met een blauwe discus. Is de buikvin flach groen en met rode vlekken of punten getekend dan spreken we van de groene discus.

Vindplaats:
Groene discussen vangt men meestal in het meer van Téfé (Lago Téfé), de Téféstroom (Rio Téfé) en de Japurastroom.

Symphysodon aequifasciata haraldi (Schultz) blauwe discus

De grondkleur is bruin tot grijsbruin. De fel blauwe lengtestrepen lopen vanaf de kop, over de rug tot op de rugvin. Bij de bruine discus is dit niet het geval. De aarsvin bevat veel rood, evenals de buitenrand van de rugvin. De rest van de kenmerken lijken op die van de bruine discus.Geschiedenis:
De eerste blauwe discussen werden ontdekt door de indianenvorser en visliefhebber Harald Schultz naar wie de blauwe discus genoemd is. De nagekweekte dieren vanuit de Rio Purus hebben in de jaren 1960 tot 1970 de basis gelegd voor de turquoise discussen. De eerste kweken kwamen van Dhr. E. Schmidt – Focke en dit met vissen die door Harald Schultz gevangen werden.

Vindplaats:
De meeste blauwe discussen komen uit de wateren van de Rio Purus en Manacapuru. Gans zelden worden er nog gevengen in de Rio Urubu en de Rio Trombetas.